Relou

SIERADEN

Get Adobe Flash player

Goud

Waar komt goud vandaan ?

Goud is miljoenen jaren geleden onder enorme druk ontstaan in de dieper gelegen lagen van de aardkorst en het werd voor het eerst ontdekt in de rivierbeddingen in Azië en Afrika, ongeveer 3000 jaar voor Christus. Vandaag de dag wordt goud voornamelijk verkregen via ondergrondse mijnwinning. Dat is een intensief en moeilijk proces. Op een diepte van 3 kilometer moet gemiddeld drie ton erts gedolven en verwerkt worden om één ons goud te winnen.

Jaarlijks wordt er ruim 1 1,2 miljoen kilo goud gevonden. Dat lijkt erg veel, maar vergeet niet dat goud heel zwaar is. Om een idee te geven: die 1 1,2 miljoen kilo goud kunt u bijvoorbeeld opbergen in een grote schuur van ongeveer vijf meter breed, acht meter lang en bijna twee meter hoog. Dat goud levert een onvoorstelbare hoeveelheid geld op. Voor 1 ounce (Engelse maat = 31,1 gram) moet u anno 2010 ongeveer € 1300,- betalen. Een ounce is niet meer dan een 'mespuntje' goud.

 

Goud

Waar wordt goud gevonden?

In de natuur

Goud komt veelal in ongebonden vorm in de natuur voor. Soms wordt het in grote hoeveelheden gevonden, maar meestal komt het voor als sporenelement in mineralen. In vrijwel de gehele aardkorst komt goud in zeer lage concentraties voor in de mineralen petziet, calaveriet en sylvaniet. Voordat u begint te dromen: deze hoeveelheden zijn voor commerciële winning compleet onrendabel.

Goudmijnen

Op sommige plaatsen op de wereld wordt goud in de grond gevonden. Tussen dikke lagen steen vind je heel dunne laagjes steen waar goud doorheen zit. Dit noemt men een goud ader. Je kunt dit goud niet zomaar uit de grond halen wanneer je een kuil graaft. Het goud zit meestal heel erg diep in de grond. Daarom maken mensen goudmijnen. Diep in de grond hakken mijnwerkers het goudgesteente los. De brokken steen malen zij daarom fijn tot alles gruis is. Daarna zoeken ze de kleine stukjes goud uit het gruis.

Rivieren

Op de boden van sommige rivieren ligt ook goud. Als de rivier hard stroomt, schuurt het water steeds een klein beetje van de grond of rotsen af. Die weggeschuurde grond heet slib. Soms zit er goud tussen dit slib. Kleine korreltjes of klompjes goud worden dan door het rivierwater meegenomen. Op de plaatsen waar het rivierwater langzaam stroomt, zakken het slib en de stenen naar de bodem. Met een baggermachine kun je het slib uit de rivier opgraven. Het slib hoef je niet meer fijn te malen. De kleine stukjes goud haal je zo uit het slib.

De goudbaar

In de fabriek wordt zuiver goud heel warm gemaakt. Dat gebeurt in grote ovens. Als je goud warm maakt, wordt het vloeibaar. Het vloeibare goud loopt uit de oven en komt in een goot terecht. Door de goot komt het vloeibare goud in vormen. Als het goud daar afkoelt, wordt het weer hard. De stukken goud kun je uit de vormen tillen. Het goud ziet er uit als een plat brood. Zo 'n gouden brood noemt men een goudbaar.

 

Goudbaar

De magie van oud goud

Goud heeft altijd al een onweerstaanbare aantrekkingskracht op de mens gehad. De eerste primitieve beschavingen die goud opgroeven of in de bedding van rivieren vonden, waren onder de indruk van de warme gloed die dit edelmetaal uitstraalde. Tegenwoordig beseffen we dat we met elke klomp goud die we in onze handen houden in feite een stukje van de geschiedenis van de aarde en de mensheid aanraken.

Karaat

In Europa wordt de hoeveelheid puur goud die aanwezig is in een sieraad uitgedrukt in duizendste. Zo heeft puur goud, beter bekend als 24 karaats goud, een waarde van 1000 duizendste. In Nederland wordt als standaard norm voor goud 14 karaats goud gebruikt. 14 karaats goud dat voor 0,585 deel uit puur goud bestaat heeft daarom een waarde van 585 duizendste. De 'rest' noemen we bijzet en bestaat meestal uit zilver of koper. In 18 karaat Goud zit 18/24ste puur goud, oftewel 750 duizendste. Aan de verschillende bijmetalen ontleent goud haar kleurnuances. Roodgoud ontstaat door toevoeging van koper en witgoud door aan de legering palladium toe te voegen.

Kleurschakeringen in goud

Als zuiver goud uit de grond komt, dan is het een zeer zacht metaal wat makkelijk slijt. Het is in deze vorm zeer gemakkelijk te bewerken. Als je erop bijt voel je het metaal vervormen. Nadeel is, als je er een juweel van maakt en je loopt ermee tegen een muur, dan vervormt het. Om dit slijtvast en steviger te maken is men er legeringen mee gaan maken. Dit legeren brengt verkleuringen met zich mee. De meest voorkomende kleuren in goud zijn:

Geel Goud

Dit is een legering met goud, koper en zilver. Men probeert zo goed mogelijk de 'echte' kleur van zuiver goud te benaderen.

Wit Goud

Dit is een legering van goud en nikkel. Tegenwoordig gebruiken goudsmeden de legering van goud en palladium, omdat mensen soms overgevoelig voor nikkel zijn. Paladium geeft geen allergische reactie en kan dus op of door de huid gedragen worden. Dit wit goud is niet wit maar gelig van kleur. Voor een perfecte witte kleur worden sieraden daarom vaak ge-rhodieerd. Er wordt dan door middel van elektrolyse een zeer dun laagje Rhodium op het sieraad aangebracht. Echter, deze opperlaag is aan slijtage onderhevig en na verloop van tijd zal een witgouden sieraad zijn originele gelige kleur terug krijgen.

Rood of Rosé Goud

Dit is een legering van goud, koper en een klein beetje zilver. Naarmate men meer koper toevoegt zal de legering meer rood worden.

Copyright © Relou Sieraden 2011 - 2018. Alle rechten voorbehouden.